Coming Out Churches

Wibren van der Burg, 9 oktober 2011

Vanochtend werd in een dienst in de Amsterdamse Vrijburgkerk stilgestaan bij het feit dat 25 jaar geleden het eerste homostel in die kerk trouwde. De Remonstranten waren in 1986 de eerste kerk, niet alleen in Nederland, maar zelfs in de hele wereld, die geen enkel onderscheid meer maakte tussen homoseksuele en heteroseksuele relaties. Een historisch moment, waaraan ik nog altijd met ontroering en trots terug denk (ik was als een van de jongste afgevaardigden bij die vergadering aanwezig). Dat besluit was destijds wereldnieuws; we haalden er het NOS-journaal mee maar ook de voorpagina van de New York Times. Een ‘huwelijk’ kon de relatie tussen twee mannen of vrouwen toen overigens nog niet heten, want de wetgever was nog lang niet zover. Dominees die een huwelijk tussen homoparen zouden voltrokken, liepen het risico om strafrechtelijk te worden vervolgd; mede daarom kozen de Remonstranten noodgedwongen voor de nieuwe koepelterm levensverbintenissen. Het duurde daarna nog vijftien jaar voordat de Nederlandse wetgever (ook als eerste in de wereld) het voorbeeld van de kerk volgde en het huwelijk open stelde voor homoparen.

Na de dienst werd het boekje Coming Out Churches (met een knipoog naar de afkorting COC) feestelijk gepresenteerd. Daarin kwam de positieve kant van de relatie tussen kerken en homoseksualiteit aan de orde. Want de Remonstranten bleven niet lang alleen; ze werden al snel gevolgd door de Lutheranen en intussen zijn er nog minstens zes kerkgenootschappen waarbinnen homorelaties gezegend kunnen worden. In honderden gemeenten, parochies en kloosters in Nederland is dat nu volstrekt normaal geworden.

In de media wordt de relatie tussen kerk en homoseksualiteit meestal in een negatief perspectief geplaatst. De priester die een homo de hostie weigert, de protestantse school die een homoseksuele docent wil ontslaan – het zijn helaas te bekende voorbeelden. Dit boekje laat zien dat er ook een andere kant is. Van kerken die voortrekker waren zoals de Remonstranten en Lutheranen. En nog verder terug, de bijna vergeten geschiedenis van pastores als dominee Alje Klamer en pater van Kilsdonk die al in de jaren zestig homoseksualiteit voorzichtig bespreekbaar maakten. Nu, 25 respectievelijk 50 jaar later, is acceptatie van homoseksualiteit ook binnen de kerken de norm en zijn het juist minderheden die er nog moeilijk over doen. Binnen één generatie heeft een geweldige omwenteling plaatsgevonden.

Het is niet het recht geweest dat die verandering bewerkstelligde. Dat mag juristen tot bescheidenheid stemmen. Zoals zo vaak, hobbelde ook hier het recht vooral achter de maatschappelijke en kerkelijke ontwikkelingen aan. Soms gaf het recht een extra moreel steuntje in de rug (zoals bij de AWGB), en soms zaten achterhaalde regels juist in de weg van de emancipatie. Die snelle verandering binnen de samenleving en binnen de kerken is vooral het resultaat van al die individuele homo’s en lesbiennes – en van hun familieleden en vrienden! – die steeds weer het gesprek aan gingen met mensen die moeite hadden met homoseksualiteit, al dan niet op religieuze gronden. In mijn ervaring zijn het vooral open persoonlijke contacten met homo’s en lesbiennes die mensen ertoe brachten en brengen hun opvattingen te herzien. Als je iemand persoonlijk kent, is het veel moeilijker om vol te houden dat hij zondig of immoreel leeft.

Het is gemakkelijk om allerlei parallellen te trekken naar de actualiteit, naar het ontslag van de homoseksuele docent in Oegstgeest of de discussie binnen de ChristenUnie. Ik denk ook aan de discussies onder jonge moslims over dit thema. De moslims in Nederland denken overigens veel liberaler over homoseksualiteit dan die in andere landen – ze integreren in verrassend hoog tempo. Ik verbaas me trouwens regelmatig over het merkwaardige verschijnsel dat de acceptatie van gelijke rechten voor homo’s momenteel (alleen in Nederland!) als ijkpunt voor integratie wordt gebruikt – ook door groepen die tot voor kort niets van die gelijke rechten moesten hebben. Tien jaar geleden waren velen nog tegen het huwelijk voor homoparen met een beroep op de Westerse traditie, en nu ineens wordt het als een centrale waarde van die traditie geponeerd. Ons geheugen is blijkbaar kort.

Met al die discussies en problemen ga ik me de komende tijd wel weer bezighouden. Maar soms is het ook goed gewoon eens stil te staan bij het goede nieuws, en je te realiseren wat een geweldige vooruitgang er al is geboekt in de afgelopen vijftig jaar. Dankzij al die voortrekkers die hun nek durfden uit te steken, ook binnen de kerken.