Is het multiculturalisme mislukt?

Wibren van der Burg, 30 mei 2011

In Europa verklaren allerlei politici het multiculturalisme voor mislukt. Een beetje vreemd overigens, want multiculturalisme is (misschien met uitzondering van Engeland) daar in geen enkel land ooit serieus uitgangspunt van beleid geweest. Dan is het wat vreemd om te zeggen dat iets mislukt is als het nooit geprobeerd is. Maar ja, dat is gewoon een retorische truc om de geschiedenis naar je hand te zetten. Bovendien wordt er daarbij een karikatuur van multiculturalisme gemaakt waarin de meeste auteurs die het verdedigd hebben niet meer te herkennen zijn.

Hier in Canada is het beleid wel expliciet gebaseerd op de filosofie van het multiculturalisme. Het staat in overheidsdocumenten, wetten, en volgens de gangbare interpretatie vindt het zelfs een grondslag in artikel 27 van het Canadian Charter of Rights and Freedoms. In het Engelstalige verkiezingsdebat (er was ook een Franstalig debat) verklaarde zelfs de conservatieve premier expliciet dat hij dit beleid als uitgangspunt nam, net als de beide andere federale partijen. Het multiculturalisme is overigens niet algemeen geaccepteerd, want de vierde partij, het Bloc Quebecois, vindt dat het niet geldt voor hun provincie. Zij zien namelijk hun kleine minderheidstaal bedreigd, zoals hun partijleider benadrukte: maar twee procent van het grote Engels-Spaanstalige Amerika spreekt Frans. (Het is maar wat je als referentiekader neemt.) Daarom claimen zij het recht om minderheden binnen Quebec geen gelijke rechten te geven, om aldus het Frans te beschermen. Zij bepleiten daarom ‘interculturalisme’, wat overigens in de praktijk op veel punten niet verschilt van multiculturalisme.

Niet voor niets wonen de drie belangrijkste filosofen van het multiculturalisme in Canada: Will Kymlicka, Charles Taylor en Joe Carens. Vooral in Toronto is het multiculturele ideaal springlevend. Een voorbeeld daarvan is een muurversiering in een van de metrostations waarin allerlei planten doorelkaar heen groeien. Het onderschrift is ‘Toronto, a city where those with diverse roots can grow and intermingle into a complex and exciting multicultural garden’.

Toch verrassend deze bijna unanieme steun, ook van rechts, voor een multicultureel ideaal. De voornaamste verklaring is dat Canada echt een migrantensamenleving is. De overgrote meerderheid van de Canadezen is of zelf geïmmigreerd, of heeft ouders of grootouders die geïmmigreerd zijn. Voor hen is het daarom vanzelfsprekend dat iemand niet meteen volledig zijn oude identiteit afschudt. Ze weten uit ervaring dat dit onmogelijk is, en ook onnodig. Maar tegelijk is duidelijk dat hun verbondenheid met hun wortels niet in de weg hoeft te staan aan loyaliteit tegenover Canada, het land waar men nieuwe kansen heeft gekregen. Bij de Griekse parade, ter gelegenheid van de Griekse Onafhankelijkheidsdag, liepen hier dan ook veel mensen rond met twee vlaggen, de Griekse en de Canadese.

Die dubbele identificatie bestaat ook bij veel Nederlandse Canadezen. Een op de dertig Canadezen heeft Nederlandse wortels. Het parlement van Ontario heeft eerder dit jaar mei tot Dutch heritage month verklaard, om die bijdrage vanuit Nederland erkenning te geven. Ik kwam hier de afgelopen maanden ook regelmatig mensen tegen die van Nederlandse afkomst waren en die bijvoorbeeld de taal herkenden die hun ouders met elkaar spraken toen ze jong waren, of die het zelf nog een beetje spraken.

In Canada staat respect voor de migranten met hun specifieke religieuze en culturele achtergrond voorop. Daarbij gaat men ervan uit dat zij zelf in hun eigen onderhoud zullen voorzien of dat hun familie hen opvangt. Om dat te realiseren, kunnen familie- en culturele banden van groot belang zijn, juist ook in de periode waarin migranten de taal nog niet goed spreken en de weg nog niet kennen in de samenleving. Bovendien kan die ondersteuning uit eigen kring leiden tot een positiever zelfbeeld omdat nieuwkomers daar eerder waardering krijgen voor wat ze wel kunnen in plaats van alleen maar te merken dat ze bepaalde vaardigheden nog niet beheersen. In een nieuwe samenleving biedt juist de etnische groep met eigen winkels, verenigingen, en kerkdiensten in de eigen taal aan nieuwkomers de noodzakelijke opvang (ook in de vorm van banen en huisvesting), en een gevoel van verbondenheid en eigenwaarde. Bij de volgende generatie wordt die band met de cultuur van het moederland al wat minder sterk en bij de derde generatie gaat het vooral nog een taal die ze misschien net verstaan en een nostalgisch gevoel.

Canada is het enige Westerse land waar het multiculturalisme serieus uitgangspunt van beleid is geweest en nog is. Misschien dat we op basis van hun ervaringen eens echt kunnen beoordelen of het multiculturalisme mislukt is of succesvol? Het antwoord hangt er natuurlijk vanaf welke maatstaven je hanteert. Ook hier kent de multiculturele samenleving problemen. Het is toch wat lastig communiceren als je in Chinatown een winkelier treft die nauwelijks Engels spreekt. (Maar in ieder geval heeft hij wel werk dankzij de hechte familiebanden en sociale netwerken!) Op taalgebied heeft Canada overigens wel een grote voorsprong ten opzichte van Nederland, omdat over de hele wereld veel mensen al Engels of Frans hebben geleerd op school, en dat geldt bijna nooit voor Nederlands. Sommige minderheden, vooral die van Afrikaanse afkomst, hebben sterke sociaaleconomische achterstanden en achterstanden in scholing. Een klein deel van de moslims is ook hier geneigd tot radicalisering of heeft verwerpelijke opvattingen over vrouwen en homo’s. (Maar dergelijke opvattingen vind je hier evenzeer bij evangelische en orthodoxe christenen.) Als je dus de standaard van een ideale samenleving zou hanteren, is ook Canada niet perfect, zeker niet. Maar dat is natuurlijk een onrealistisch uitgangspunt.

Mijn indruk is dat in grote lijnen het Canadese model van multiculturalisme redelijk werkt. Van etnische spanningen heb ik hier weinig gemerkt; men gaat op een respectvolle manier met de verschillen om. De problemen worden niet aangepakt door ruime generalisaties waarin alle moslims of alle zwarten het probleem zijn, maar met meer gerichte kritiek en maatregelen. Uitgangspunt blijft dat het waardevol is als burgers ook wortels hebben in een andere cultuur en die koesteren, maar dat wanneer die cultuur onverenigbaar is met de Canadese, in principe de Canadese normen en waarden gelden. Alleen het beleid gericht op verbetering van de omstandigheden van de Aboriginals, in het bijzonder de Inuit in het noorden, lijkt niet erg succesvol, maar daar speelt een belangrijke rol dat hun traditionele manier van leven ondergraven is door de modernisering en er nog geen goed alternatief ontwikkeld is.

Natuurlijk zijn de ervaringen van Canada niet zomaar naar West-Europese samenlevingen te vertalen, vooral omdat Canada (met uitzondering van die Aboriginals) een samenleving van migranten en afstammelingen van migranten is. Bij de bestudering van de genoemde filosofen dienen we daar ook zeker rekening mee te houden: een klakkeloze toepassing van hun ideeën voor de Nederlandse situatie zal zeker tot problemen leiden. Maar toch denk ik dat we er wel iets van kunnen leren. Een cultuur van respect en principiële gelijkwaardigheid van alle burgers geeft alle burgers een positief zelfbeeld en stimuleert hen om het beste uit twee culturen te combineren. Aandacht voor de eigen godsdienst, cultuur en taal uit het land van herkomst hoeft niet in de weg te staan aan een positieve identificatie met Canada of met Nederland.

Zoals gezegd, het Canadese multiculturalisme is niet direct toepasbaar in Nederland; sommige aspecten ervan werken gewoon niet in onze context. Maar andere aspecten zouden wel degelijk een waardevolle inspiratiebron kunnen zijn voor een verbetering van het huidige beleid. Daartoe zullen we grondig moeten doordenken welke uitgangspunten van het Canadese model in onze context bruikbaar zijn (en welke niet) en hoe we die op een goede manier kunnen vertalen. Met al die noodzakelijke voorbehouden kom ik toch na een aantal maanden Canada tot een ook voor mij verrassend positief beeld van het Canadese multiculturele beleid. Voor een gedegen conclusie zou ik er nog veel dieper in moeten duiken, dus laat ik maar afronden met een vraag. Misschien moeten we voor we het multiculturalisme failliet verklaren, dit eindelijk eens serieus gaan nemen?