De jacht op de etnische stem

Wibren van der Burg, 25 april 2011

Hier in Canada is het volop verkiezingsstrijd. En ook hier spelen de migranten een grote rol. Maar wel een heel andere dan in Nederland. Hier proberen alle partijen de migrantenkiezers voor zich te winnen, omdat zij in verschillende hevig betwiste districten de doorslag kunnen geven. En dus zie je de premier bij een Bollywood-première, doet een andere partijleider een oranje tulband op, en omringen ze zich allemaal bij fotosessies met migranten van allerlei herkomst.

Eigenlijk is de bovenstaande inleiding overigens onzin, want in Canada is een groot deel van de bevolking migrant, getrouwd met een migrant, of heeft ouders of grootouders die naar Canada zijn geëmigreerd. Men heeft het hier dan ook meestal niet over “migranten”, want dat zou bijna een meerderheid zijn, zeker als je net als in Nederland de kinderen van migranten er ook toe zou rekenen. Dan zouden ook bijvoorbeeld een half miljoen Canadezen als allochtonen van Nederlandse afkomst gelden. En dat zijn natuurlijk geen èchte migranten, want zij vallen niet op tussen de Canadezen van Europese herkomst.

Men spreekt hier daarom over de zogenaamde “visible minorities”. Dat zijn de non-Caucasians, oftewel de niet-blanke kiezers met een buitenlandse achtergrond. Bij de laatste volkstelling in 2006 vormde deze groep 13 procent van de bevolking, maar in de provincies Ontario en British Columbia, twee belangrijke provincies met veel zetels die mogelijk van politieke kleur kunnen wisselen, ging het om een kwart van de bevolking. En in een aantal districten is het aanzienlijk meer; in de stad Vancouver is het zelfs de helft. De grootste groep is sinds kort die van de Zuid-Aziaten (vooral India, Pakistan en Sri Lanka), gevolgd door de Chinezen. De zwarte Canadezen, zowel afkomstig uit de VS als uit Afrika en de Caraïben, zijn de derde groep.

(Terzijde: er is een interessant verschil in hoe men in Canada en in de VS die categorie van Caucasians omschrijft. In Princeton vier jaar geleden viel me op dat daar ook Turken en Marokkanen als blanken werden beschouwd en dus tot dezelfde etnische groep als de Europeanen werden gerekend – voor veel Nederlanders vast een verrassing. In Canada vallen deze groepen onder de niet-witte zichtbare minderheden, ook als ze zichzelf als wit aanduiden. In de VS hanteert men blijkbaar toch een soort rascategorie (en dan horen Arabieren en Turken tot dezelfde groep als de Nederlanders), terwijl men in Canada die minderheden in kaart wil brengen die op de arbeidsmarkt een achterstandsituatie kunnen hebben (en daar vallen dus de Arabieren en Turken ook onder.)

De meeste migranten stemmen – net als in Nederland – traditioneel links. Maar de Conservatieven hopen een deel van de intussen tot de middenklasse opgeklommen migrantenkiezers (vooral die uit India en Pakistan) voor zich te winnen. De Conservatieve nadruk op een vrijemarkteconomie en op meer traditionele ‘family values’ zouden voor hen aantrekkelijk kunnen zijn. Om die kans op de overstap te vergroten doen de Conservatieven soms beloften die specifieke etnische groepen kunnen aanspreken. In een van de mogelijk van politieke kleur veranderende kiesdistricten rond Toronto wonen veel Koptische Christenen en dus staat er in hun programma een maatregel die populair is bij Kopten, namelijk het oprichten van een bureau bij Buitenlandse Zaken ter bevordering van religieuze vrijheid – lees: het tegengaan van onderdrukking van Kopten in Egypte. Kost vrijwel niets, maar levert mogelijk wel een zetel op. En zo staat er in hun programma ook iets dat bij Sikhs in de smaak moet vallen; en ja, toevallig zijn er enkele districten waar Sikhs de grootste bevolkingsgroep zijn. Dit past helemaal in de Conservatieve verkiezingsstrategie waar in een uitgelekt document zelfs werd gesproken van `very ethnic´ districten, waar een specifiek op die etnische groepen gerichte campagne nodig was.

Dit valt natuurlijk gewoon onder verkiezingspolitiek: cadeautjes uitdelen of beloftes doen in de hoop bepaalde groepen voor je te winnen. Dat is in ieder land zo, maar hier is het toch iets anders. In overeenstemming met de officiële (in de Grondwet vastgelegde) filosofie van het multiculturalisme, waardeert men die etnische achtergronden positief. Canada is een migrantenland en dus wordt er niet raar opgekeken als kandidaten folders in de belangrijkste talen van hun kiesdistrict hebben. In mijn kiesdistrict (Toronto-Centrum) staan vanouds enkele Franstalige scholen en kerken (tegenwoordig vooral door migranten uit Afrika bezocht), en dus gebruiken de Groenen hier naast Engels ook Frans op hun affiches. Het district hiernaast omvat Chinatown en dus zijn de borden van het (zelf uit Hongkong afkomstige) parlementslid Olivia Chow tweetalig, Engels en Chinees. Maar naast het grote Chinatown zijn er ook kleinere Italiaanse en Portugese enclaves in haar district en ik zag dan ook een aantal viertalige borden in die wijken. Iedereen vindt dat hier normaal, en waarom ook niet? Waarom deden velen in Nederland eigenlijk zo moeilijk over verkiezingsfolders in het Turks of Marokkaans? Is dat niet gewoon je kiezers serieus nemen?

Ook in de verkiezingsdebatten speelt migratie een grote rol. De Nieuw-Democratische partijleider Jack Layton stelde dat hij blij was dat ze zijn schoonmoeder al lang geleden uit Hongkong hebben laten overkomen (hij is getrouwd met die eerder genoemde Olivia Chow en haar moeder woont bij hen in huis). Daarmee bekritiseerde hij de inperkingen van het gezinsherenigingsbeleid onder de Conservatieven. En dat terwijl dit op papier al heel ruimhartig is naar Nederlandse begrippen (in de praktijk weten ze het migranten wel steeds lastiger te maken). In Canada is er namelijk een mogelijkheid tot gezinshereniging voor partners en kinderen maar ook voor ouders, grootouders en eventuele weeskinderen uit de verdere familie. De Nieuwe Democraten willen dit zelfs nog uitbreiden en ook ooms, tantes, broers en zussen in bepaalde gevallen toelaten onder de noemer van gezinshereniging! In Nederland zou een dergelijk voorstel politieke zelfmoord zijn.

Alle federale partijen zijn hier in principe voorstander van een ruimhartig immigratiebeleid en van een multiculturele samenleving, zelfs de Conservatieven. (Alleen de separatisten uit Quebec zijn tegen multiculturalisme. Zij willen binnen Quebec geen rechten toekennen aan minderheden.) Logisch in een land waar zoveel kiezers zelf eerste of tweede generatie migrant zijn. De retoriek van het debat is hier dus heel anders dan in Nederland. Op het eerste gezicht een verademing.

Maar er zit wel een adder onder het gras. Net als in Nederland verdwijnen door die aandacht voor etnische kiezers vaak de echte maatschappelijke problemen op de achtergrond. Een anti-armoede groep kreeg er zelfs zo genoeg van dat ze op YouTube een eigen song hebben geplaatst: “Go Ethnics Go”, waarin de draak wordt gestoken met al die partijleiders die samosa´s, okra´s en springrolls eten in de jacht op de etnische stem.

Daarnaast is de retoriek van de Conservatieven een dubbelzinnige, want ze spelen door scherpe uithalen naar criminele immigranten en schijnhuwelijken bewust in op de onbestemde angst tegen die nieuwe, onvoldoende aangepaste migranten. Bovendien is hun beleid ondanks de retoriek helemaal niet gunstig voor migranten. Deze week verscheen er daarom een oproep van een aantal juristen op het gebied van migratierecht die de retoriek van de Conservatieven doorprikten door er de harde feiten van het beleid naast te leggen. Zij riepen migranten op niet op de Conservatieven te stemmen.

Zou al die kritiek helpen? Ik vraag het me af. Nog meer dan ik in Nederland gewend ben, lijkt de campagne hier te draaien om beeldvorming en spin, en om wederzijdse verdachtmakingen. Een academische oproep om naar de feiten te kijken haalt in een dergelijk klimaat vermoedelijk weinig uit. Ook de komende week zullen de politici dus nog wel de nodige springrolls en samosa’s eten.