Is een coalitie ondemocratisch?

Wibren van der Burg, 12 april 2011

De verkiezingscampagne is hier in Canada in volle gang. Fascinerend om te volgen. Canada lijkt in veel opzichten op Nederland, bijvoorbeeld met relatief progressieve opvattingen rond gezondheidszorg en sociale voorzieningen, een ruimhartig minderhedenbeleid, een vergelijkbare traditie rond de neutraliteit van de staat, en het bestaan van meer dan twee grote partijen (er zitten vier partijen in het parlement). Ik had dus verwacht dat ook de politieke cultuur wel een beetje zou lijken op het consensusgerichte polderen van Nederland. Maar dat bleek een misvatting.

Dat komt vooral door het districtenstelsel, dat op het Britse lijkt. Canada is verdeeld in 308 kiesdistricten en in elk van die districten wint degene die de meeste stemmen haalt – ook als dat een minderheid van de stemmen is. (In Frankrijk werkt het districtenstelsel anders, want daar wordt als niemand de helft van de stemmen heeft een tweede ronde gehouden). Bij de vorige verkiezingen haalden de Conservatieven 38 procent, de Liberalen (een soort mengeling van PvdA en D66) 26 procent, de Nationaal Democraten ( de vakbondsvleugel van de PvdA ) 18 procent, de Groenen 7 procent, en het Bloc Québécois 10. Naar Nederlandse begrippen vertaald zou je zeggen een linkse meerderheid van 51 procent waarbij dan ook bedacht moet worden dat het Bloc op sociale thema’s doorgaans links stemt.

Maar in het Canadese districtenstelsel werkt het anders. Doordat de linkse stem verdeeld is over drie partijen, halen de linkse partijen veel minder zetels dan in ons systeem het geval zou zijn. De Groenen hebben niet één zetel, de Nationaal Democraten niet meer dan 37 en de Liberalen 77 – alle drie minder dan een evenredig deel, samen net een derde in plaats van ruim de helft van de zetels. De grote winnaars van het districtenstelsel zijn de Conservatieven met 143 zetels en het Bloc Québécois (dat in Quebec verreweg de grootste partij is) met 49. Met 39 % van de stemmen haalden de Conservatieven in 2008 46 % van de zetels. Daarmee konden ze in 2008 een minderheidsregering vormen. In de huidige peilingen halen de Conservatieven ongeveer evenveel stemmen als de vorige keer, maar de kans is aanwezig dat ze dankzij het districtenstelsel toch net een paar districten erbij weten te krijgen en dus net wel of net niet een meerderheid halen.

Je zou dan misschien verwachten dat die drie linkse partijen een stembusakkoord sluiten en onderling afspreken dat ze in sommige districten hun eigen kandidaten terugtrekken zodat een andere linkse kandidaat kan winnen. Als alleen al de Nationaal Democraten en de Liberalen (dus nog zonder de Groenen erbij) dat samen zouden doen, zouden ze al een ruime meerderheid aan zetels hebben. Maar dat is hier vrijwel ondenkbaar (drie jaar geleden hebben de Groenen en de Liberalen het in twee districten gedaan, maar zonder het beoogde resultaat voor de Groenen). Men vindt een dergelijk akkoord hier namelijk ondemocratisch. Iedere partij moet op eigen kracht de grootste proberen te worden.

In het verlengde hiervan is er een grote afkeer bij veel Canadezen van een coalitieregering. Het is ook goed mogelijk dat straks niet rechts, maar links er een paar zetels bij haalt, zeker als deze keer voldoende kiezers strategisch stemmen om in hun district de meest kansrijke linkse kandidaat aan een meerderheid te helpen. Dan zouden, zo denk je als Nederlander, de Nationaal Democraten en de Liberalen natuurlijk een coalitie kunnen vormen. Ze hebben immers veel meer kiezers achter zich dan de Conservatieven. Naar Nederlandse begrippen zou dat democratischer zijn, want het draagvlak is breder. Zo niet in Canada. De leider van de grootste partij is de winnaar en heeft dus het recht de regering te vormen, zelfs als hij maar een minderheid van de parlementszetels en van de kiezers achter zich heeft. Dat is in veel Canadese ogen een eis van democratie. Een coalitie is een ondemocratische machtsgreep van verliezers die niet tegen hun verlies kunnen. En een dergelijke coalitie is bovendien in hun ogen onstabiel (waarbij ze gemakshalve even vergeten dat dit al de vierde verkiezingen zijn in zeven jaar, omdat minderheidskabinetten ook niet bepaald erg stabiel zijn).

Het klinkt vreemd, maar dit is gewoon het doortrekken van dezelfde gedachte van districtsniveau naar het nationaal niveau. De grootste partij wint binnen het district en de grootste partij wint vervolgens binnen het parlement. Dat de andere partijen samen veel meer stemmen of zetels hebben, is niet van belang. Bij een sportwedstrijd zeg je immers ook niet dat de nummers twee en drie samen veel hoger hebben gesprongen dan de nummer een. Er zit een logica in. Maar voor veel Nederlanders zal het net als voor mij een merkwaardige logica zijn.

De Conservatieven wijzen expliciet op het grote gevaar dat de twee linkse partijen na de verkiezingen het op een akkoord zullen gooien. Ze hebben de dreiging van een coalitieregering zelfs tot inzet van de verkiezingen gemaakt. Stem Conservatief, want anders dreigt een onstabiele en ondemocratische regering van Liberalen en Nationaal Democraten, al dan niet met gedoogsteun van die rare separatisten uit Quebec. Wat mij het meest verbaasde is dat de Liberale lijsttrekker (na zich eerst op de vlakte te houden) meeging in deze afwijzing van coalities, en uitdrukkelijk verklaarde dat hij geen coalitie zou nastreven als de Liberalen niet de grootste partij worden. Ook hij verwierp dus uitdrukkelijk de gedachte van een coalitie, omdat de inschatting was dat dit hem kiezers zou kosten.

Het is vreemd, maar tegelijk leerzaam. Twee landen die in zoveel opzichten op elkaar lijken, maar toch zulke verschillende opvattingen hebben over democratie.