Een multiculturele bank

Wibren van der Burg, 10 januari 2011

De komende maanden zit ik met studieverlof in Toronto, om aan mijn boek over recht en moraal te werken. Toronto is bij uitstek een multiculturele samenleving, waar duidelijke etnische buurten zijn. En dan niet alleen het bekende Chinatown en Little Italy zoals in veel Amerikaanse steden, maar ook bijvoorbeeld Poolse en Koreaanse wijken. Anders dan meestal in Nederland waardeert men hier die gedeeltelijke identificatie met het land van oorsprong positief. In dit immigratieland begrijpt men goed dat je niet zomaar al je wortels kunt doorsnijden en dat die wortels niet in de weg hoeven te staan aan een positieve band met het nieuwe land.

Een goed voorbeeld van openheid voor culturele diversiteit zijn de banken hier. Om mijn huur te kunnen betalen had ik wat gegevens nodig over de bank van mijn huisbaas. Dat is tegenwoordig met Internet gemakkelijk te vinden. Toen ik het filiaal gevonden had, bleek tot mijn verbazing bij elk filiaal vermeld te worden met welke talen je er terecht kunt. Bij het filiaal bij mij om de hoek zijn dat Servisch, Kroatisch, Bosnisch (hier overigens als drie verschillende talen aangemerkt, wat vooral een politieke keuze lijkt), Tamil en Spaans. Een paar blokken verderop zijn het Frans, Mandarijn, Kantonees en Hindi (we zitten dan in een van de twee Chinatowns). En binnen een straal van twee kilometer kun je ook met Italiaans, Punjabi, Portugees, Vietnamees en Koreaans terecht. Voor Pools (in little Poland), Filippijns, Grieks (in Greektown), Arabisch, Urdu, Gujarati, Maltees en gebarentaal moet je iets verder. Nederlands en Duits ben ik niet tegengekomen.

Dit is natuurlijk gewoon goed ondernemerschap van die banken. Je biedt een normale service aan je klanten. Als sommige klanten het lastig vinden om in het Engels over iets ingewikkelds als financiƫn te praten, kom je ze tegemoet. Eigenlijk zou dit vanzelfsprekend moeten zijn. Maar de ophef die vorig jaar in Nederland ontstond toen sommige partijen verkiezingsfolders in het Turks verspreidden, laat zien dat een dergelijke nuchtere houding bij ons wel eens ontbreekt.

Die behoefte aan een bank of winkel die je eigen taal spreekt herken ik trouwens wel. Met mijn ouders in mijn geboortestad Harderwijk sprak ik thuis altijd Fries. Het was (en is) voor mij daarom heel vreemd en onnatuurlijk om met mijn moeder buitenshuis Nederlands te spreken. Dat dreef mijn moeder soms wel eens tot wanhoop, want ook in een kledingwinkel sprak ik als kind met haar dus Fries. Als ze met mij kleren ging kopen, ging ze dan ook het liefst naar een winkel waar een van de verkopers ook Fries sprak.

Een moedertaal is heel wezenlijk voor veel mensen. Die Canadese bank begrijpt dat goed. Misschien kan de Nederlandse politiek in dit opzicht wel iets leren van het bedrijfsleven.