Kampioenen van vrijheid?

Wibren van der Burg, 2 augustus 2010

Tijdens de vakantie kwam ik deze zomer in het Duitse stadje Krefeld, vlak over de grens bij Venlo. Tot 1702 werd Krefeld geregeerd door de prinsen van Oranje-Nassau, die daar (zoals ook in hun andere bezittingen) een grote mate van godsdienstvrijheid boden. Een aantal doopsgezinden vluchtte daarom vanuit de omringende katholieke gebieden naar Krefeld. (De doopsgezinden, een kleine protestantse stroming die in het buitenland vaak Mennonieten worden genoemd naar hun Nederlandse voorman Menno Simons, werden in de zestiende en zeventiende eeuw in veel landen zwaar vervolgd.) De komst van deze vluchtelingen was een grote impuls voor de Krefeldse economie, want ze zetten er een bloeiende zijde-industrie op. Tolerantie loont! Maar dat wisten we ook al van onze eigen Gouden Eeuw die mede mogelijk werd door de komst van grote aantallen joodse en protestantse vluchtelingen.

In Krefeld was een kasteelmuseum, Burg Linn. Een aardig historisch museum met een speciale afdeling gewijd aan de katholieke theoloog Friedrich Spee. Behalve als dichter van kerkelijke liederen is Spee (1591-1635) vooral bekend als criticus van de heksenvervolging in Duitsland. Dus werd daaraan – terecht – veel aandacht besteed. Dit werd geïllustreerd met een aantal kopergravures van Jan Luiken waarin heksen op gruwelijke wijze ter dood werden gebracht.

Maar er was iets vreemds met die illustraties. Het waren afbeeldingen van vroom biddende mensen op de brandstapel of op het schavot – niet direct beelden die je met heksenvervolging associeert. Toen ik nog eens goed keek naar het onderschrift bij de illustraties begreep ik waarom. Ze waren afkomstig uit een Nederlands boek met als titel Het Bloedig Tooneel of Martelaersspiegel der Doops-gesinde of Weerelose Christenen. Dit boek uit 1685 bevat de geschiedenis van de vervolging van de doopsgezinden. Het waren dus op die afbeeldingen helemaal geen heksen, maar doopsgezinden die als ketters werden verbrand. De Duitse makers van de tentoonstelling hadden de Nederlandse boektitel keurig vermeld, maar vermoedelijk zonder deze te begrijpen.

Dit is een pijnlijke misser. Juist in Krefeld, dat zoveel aan de doopsgezinden te danken heeft, had men het verschil tussen heksen en doopsgezinden moeten kennen. Maar bovendien is het erg wrang dat de afbeeldingen van gemartelde doopsgezinden werden gebruikt om de verlichte missie van Friedrich Spee te benadrukken. In godsdienstig opzicht was hij namelijk helemaal niet zo verlicht en tolerant. Hij gaf bijvoorbeeld leiding aan de re-katholisering van het stadje Peine, waarbij alle niet-katholieken gedwongen werden om binnen drie maanden te vertrekken of zich te bekeren – iets waarvoor in de tentoonstelling nauwelijks aandacht was. Bepaald geen onverdachte kampioen van vrijheid en tolerantie dus.

Onwillekeurig gingen mijn gedachten naar de actualiteit. Ook daar worden sommige bewierookt als kampioen van de vrijheid terwijl ze dat juist niet zijn. Zoals Geert Wilders, die zich opwerpt als voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, terwijl hij nota bene de eerste politicus is in tientallen jaren die een boek (de Koran) wil verbieden. Het verbaast me steeds weer dat iemand die de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst zo fundamenteel wil aantasten, door zo velen als kampioen van de vrijheid wordt gezien – ook in het buitenland. Maar in het buitenland heeft men daarvoor nog het excuus dat men, net zoals in Krefeld, geen Nederlands kan lezen.