Turkse paradoxen

Wibren van der Burg, 13 januari 2014

Deze week nam ik deel aan een juristencongres in Ankara. Een bijzondere beleving. Bij de eerste sessie die ik bijwoonde, hield de voorzitter van de Istanbulse balie een emotionele tirade met frontale kritiek op de regering. Die moest vanwege de aantasting van democratie en rechtsstaat zo snel mogelijk aftreden. Dat zie ik een Nederlandse deken nog niet zo gauw doen.

Maar het gaat hier dan ook ergens over. Op dit moment is de regering bezig met een zuivering van politie, justitie en ambtenarij. Ook veel juristen zijn hierbij het doelwit; anderen bezinnen zich op de vraag of ze bereid zijn als ambtenaren opdrachten uit te voeren die in strijd zijn met de democratische rechtsstaat. In zo’n situatie is het niet vreemd dat de balie (waarvan de meeste leden hier zich sterk identificeren met de seculiere democratische orde die door premier Erdogan bedreigd wordt) zich met kracht in het politieke debat mengt. Tegelijk overheerste een groot pessimisme – men maakt zich grote zorgen over hoe de huidige staat steeds repressiever wordt en democratie en rechtsstaat worden uitgehold.

Maar de paradox van Turkije is dat degenen die voor de democratische rechtsstaat in de bres lijken te springen, op andere punten vaak juist heel conservatieve opvattingen hebben en zeer onverdraagzaam zijn. Dat bleek na een in mijn ogen keurig betoog van een jonge docente. Zij bepleitte dat niet alleen de demonstranten in het Gezi-park, maar ook Koerden burgerlijke ongehoorzaamheid zouden mogen plegen, bijvoorbeeld door Koerdisch in de rechtszaal te spreken. En ze kwam op voor dienstweigeraars. Diezelfde gepassioneerde balievoorzitter – die deze sessie voorzat – schoot daarop geweldig uit zijn slof. Op een nogal onbeschofte manier las hij haar de les. Koerdisch spreken in de rechtszaal was een bedreiging voor de eenheid van de Turkse staat – hij was zelfs zo nationalistisch dat hij het woord Koerdisch niet eens over zijn lippen kon krijgen. En dat pleidooi voor dienstweigeraars – niemand zou toch zijn dochter willen laten trouwen met een man die niet in het leger was geweest?

Zo was het een congres vol paradoxen. In het forum over LGBT merkte iemand op dat Turkije al 150 jaar geleden homoseksualiteit had gelegaliseerd – lang voor de meeste andere Europese landen – maar dat de sociale veroordeling van homo’s groot is. Ze worden behandeld als “criminals without a crime”. Homo’s kunnen hun homoseksualiteit maar beter verborgen houden, want anders worden ze ontslagen of raken ze hun huis kwijt. Op papier mag dat niet – er zijn redelijke anti-discriminatiewetten – maar bij politiek en justitie krijgen ze nauwelijks steun als ze hun recht proberen te halen. Integendeel, ze worden soms zelfs beboet als ze openlijk samenwonen.

De laatste jaren verandert de wetgeving in hoog tempo; deels om aan de eisen van de EU te voldoen. Dat laatste klinkt op het eerste gezicht positief. Maar die EU-agenda wordt vaak gecombineerd met de eigen politieke agenda van de regering-Erdogan. Dit leidt, zo bleek in het forum over kwaliteit van wetgeving, tot veel haastwerk, het deels buiten spel zetten van parlementaire procedures, een onmogelijk hoog tempo van veranderingen, en vooral heel veel onduidelijke en tegenstrijdige wetgeving. Internationale verdragen worden regelmatig onjuist vertaald in het Turks – en dus ook in de wetgeving – en de titels van wetten komen vaak niet overeen met de inhoud. Iemand zei zelfs dat onvoldoende kennis van de wetten juristen niet te verwijten is, omdat ze zo vaak veranderen. Bovendien worden veranderingen soms ondergebracht in grote omnibusprojecten met allemaal losstaande wetswijzigingen waardoor zelfs de rechterlijke macht ze niet opmerkt en op basis van de oude wetgeving blijft rechtspreken.

Mijn lezing over Lon Fullers acht beginselen van behoorlijke wetgeving werd daarom enthousiast onthaald – ze boden namelijk een heel bruikbaar kader om de gebreken van de Turkse wetgevingspraktijk onder woorden te brengen. Bijna elk beginsel werd wel regelmatig geschonden. Ik pleit al een tijdje voor een herontdekking van Fullers theorie. Maar dat die zo actueel is in Turkije was voor mij toch wel een ontdekking – en bepaald niet één waar ik gelukkig van werd.